De eventsector in België: klaar voor de toekomst?

In deze aflevering bespreken we de knelpunten en opportuniteiten van de Belgische eventsector. We gaan in gesprek met Christine Merckx, de nieuwe manager van Event Confederation, over hun memorandum met voorstellen voor een bloeiende eventsector. Is de sector klaar voor de uitdagingen van de toekomst? Wat moet er veranderen om de Belgische eventsector competitief te houden? En welke kansen liggen er voor de creatieve en innovatieve geesten in de sector?

Kevin Van der Straeten
Reageer op deze tv aflevering

Heb je al een account op eventplanner.nl? Meld je aan
Heb je nog geen account? Schrijf je comment hieronder:

Ook beschikbaar als podcast:

Ook via podcast:

Listen on Google PodcastsListen on Apple PodcastsListen on Shopify

Transcript

Dag Christine, welkom in de studio.


Dank u wel.


Eerst en vooral proficiat met jouw nieuwe rol als manager van de Event Confederation.


Ja, dank u wel. Heel leuke, nieuwe uitdaging.


Hoe is de start geweest? Want ik denk dat je nu een maand of drie bezig bent?


Ja, correct.

Ja, pittig. Pittig maar ook heel uitdagend en boeiend en leerrijk. Vooral heel leerrijk. Ik heb ongelooflijk veel nieuwe dingen al geleerd. En leer elke dag nieuwe zaken en mensen bij.


Oké, top. Ja, welkom in de...

Ja, je zat al in de sector, hé. Maar ik wou zeggen: welkom in de sector. Toch in ieder geval in het verenigingsleven dan. Waar we het vandaag over gaan hebben, is over het memorandum. Van de Event Confederation. En ik denk dat dat een beetje de samenvatting is van jullie belangrijkste speerpunten voor de komende periode. Maar misschien moeten we even een stap terugzetten. Waarom is dat memorandum daar?


De eventsector kampt met problemen. Met uitdagingen. En met het oog op de verkiezingen straks, vinden we het belangrijk dat we met één, verenigde en krachtige stem naar de verschillende overheden en politieke partijen in ons land kunnen stappen, om te zeggen van: kijk, dat zijn de uitdagingen, de problematieken, waar vandaag onze sector mee te kampen heeft. En neem het alstublieft mee op in uw nieuwe partijprogramma volgende legislatuur of in de nieuwe koers die jullie willen varen. Dat is een momentum waarbij we, als sector, een memorandum hebben geschreven. En waarbij ik de vorige, voorbije weken, en maanden zelfs al, van deur tot deur aan het gaan ben. Om dit uit te leggen aan iedereen die het wil horen. En waarover eigenlijk al heel veel consensus bestaat. Binnen de politiek. Van: ja, hier moeten we mee aan de slag.


Ja, toch?


Ja, absoluut. Ik ben, oprecht, nog niemand tegen...

Ja, vorige week één iemand over een, heel klein, bepaald puntje. Die zei van: ja, pas op. Maar voor de rest heeft iedereen zoiets van: ja, dit is eigenlijk wel werk aan de winkel. En: je hebt gelijk en dank u wel om het onder onze aandacht te brengen.

 

Het begint natuurlijk allemaal met: wie is de sector? En wat hoort daarbij en wat niet? Een stukje die erkenning. Kan je daar iets over toelichten? Waar we daar staan. Want dat is al een werk van lange adem geweest. Om tot een paritair comité te komen. Maar we zijn er nog niet, hé.


Nee.

Kijk, het grote probleem binnen de eventsector, is de complexiteit. En de diversiteit. Waardoor we een toenemende, zeg maar lasagne aan wet- en regelgevingen hebben. Waar een kat haar jongen niet meer in vindt. Dat kan niet. Dat moet beter.

Je moet je voorstellen: de eventsector wordt gekenmerkt door twee grote groepen.

Enerzijds heb je de organisatoren van evenementen. Denk aan de festivals, de sportevenementen. Denk aan congressen. Beurzen. Maar evengoed de corporate evenementen. Teambuildings, noem maar op. En, ja, de vele voorstellingen. Musicals...

En daarnaast heb je een nog veel grotere groep, als we in aantallen spreken, dat zijn de toeleveranciers. Dat zijn de toeleveranciers van technische diensten. Van licht, audio, noem maar op. Maar daarnaast ook de non-technical. De podia, de meubels...

Daar heb je ook de toeleveranciers van de catering. De toeleveranciers van animatie. Muzikanten, weet ik veel. Goochelaars. Maar even goed de toeleveranciers van vierkante meters: eventlocaties, venues. En de vele freelancers.

Voor de Coronacrisis werd er een studie gedaan over de grootte van de evenementensector. En uit die studie bleek dat meer dan 3.200, toen nog, commerciële bedrijven, vandaag, of toen, actief waren in de sector. Commercieel, hé. Dan spreken we nog niet over de non-profit en de vele publieke. Want in de festivalwereld...

Het merendeel van de festivals zijn vzw's, hé.

Nu, in die bedrijven werken iets van een 80.000 mensen. Waarvan we weten dat ongeveer de helft op de vaste payroll staat. Vaste werknemers. En de andere helft zijn die freelancers. Dus freelancers is een heel grote en belangrijke groep in onze sector. Nu, bij Event Confederation, wij confedereren de sector, zijnde door...

Eigenlijk: onze leden zijn de sectorfederaties. Wij verenigen de sectorfederaties van de festivals, van de catering, van de venues, ...

Maar evengoed van congressen en beurzen, van de agentschappen en de verschillende toeleveranciers. Probleem daar is dat...

Het probleem, het is te zeggen...

Eigenlijk als je de optelsom van...

En al die sectorfederaties hebben leden. En al die leden samen zijn iets van een meer dan 900 organisaties en professionals. En die vertegenwoordigen ongeveer 17.000 werknemers. En al die organisaties, die zitten in verschillende paritaire comités. Dus als we alleen al kijken naar de organisaties waar wij kennis over hebben, die ruim 900 organisaties, die zitten verspreid, volgens een studie van D'Lloyd, die we hebben laten uitvoeren in 2022, of, luister goed, over 39 paritaire comités. 39. Waarbij sommige paritaire comités een belang hebben van maar 0,1%. Gaande tot meer dan 43%. De grootste groep, in aantallen, 241 van onze ledenorganisaties, zitten, bijvoorbeeld, in paritair comité 200. Dat zijn de bedienden. Maar die 241 organisaties vertegenwoordigen maar 1,2% van de totaliteit van die organisaties. Anderzijds heb je, bijvoorbeeld, het paritair comité 304. Van het vermakelijkheidsbedrijf. Daar zitten maar 37 van onze organisaties in. Maar die vertegenwoordigen wel meer dan 43%. Meer dan 41%. Excuseer. Om maar te zeggen.

En daarnaast heb je nog verschillende. Die zitten bij het paritair comité van stoffering en houtbewerking. Elektriciens. Bewakingsagentschappen. Catering en hotelbedrijven. En zo voort. Dus 39. Kan je je voorstellen? En al die paritaire comités, daar worden verschillende NACE-codes aan gekoppeld. Maar dat is niet één per één.

Dus, om even een heel actueel voorbeeld te nemen, over de flexi-jobs. Dat is ook zo een dossier waarvan, als je je er echt begint op te concentreren, hoe moeilijk dat blijkt te zijn. Flexi-jobs, dat heeft de beste intenties gehad. Dat dossier, vanuit de overheid. Waarbij mensen, naast hun huidige job, ook nog ergens anders kunnen gaan bijwerken. Tot een beperkt plafond. Maar even goed voor de gepensioneerden. Evenementensector heel blij. Dat dat sinds vorig jaar ook kan in sommige organisaties. Binnen de evenementensector. Want die zijn bij ons gekoppeld aan NACE-codes. Terwijl niet alle NACE-codes één op één zijn met de paritaire comités. En in die paritaire comités zitten dan weer cao's. En die zeggen soms iets anders. Dus het geldt niet voor iedereen in de eventsector. En dat is...

En ja, dan komen we op het dossier...

Ik blijf maar praten. Over de overuren. En dat is helemaal, ja, de jungle. Zeg maar. Maar dat maakt dat er ook een soort oneerlijke concurrentie ontstaat tussen bedrijven. Afhankelijk van in welk paritair comité ze zitten, dat ze meer mogen, minder mogen. Meer moeten betalen, minder moeten betalen. En zo verder.


Nu, dat paritair comité, dat is een verhaal, ik denk dat we het al tien jaar horen, ondertussen.

En de laatste jaren heb ik hier een aantal mensen op de bank gehad, die enthousiaster begonnen te worden omdat het einde in zicht was. Maar goed, we zijn er nog altijd niet. Hoe komt dat toch, dat dat zo moeilijk is om die finish te bereiken?


Die finish. De vraag is: wat is de finish, natuurlijk.

Inderdaad, onze sectorfederaties, nog voor Event Confederation in 2020 was opgericht, sommigen daarvan zijn echt al tien jaar bezig met dat dossier. Ik geloofde dat ook niet. Toen ik hier begin, drie maanden geleden. Ik dacht, oprecht: ik zal dat hier eens gaan regelen.


Volgende week is dat in orde.


Ja, ik dacht: dat is hier even in orde. Want je krijgt dat ook niet uitgelegd. Aan niemand. Omdat ook de Belgische manier, hoe dat is vormgegeven, is ook heel ontransparant. En, op één of andere manier, willen ze dat blijkbaar ook zo houden.

Nu, tien jaar geleden, en tot nog niet zo heel lang geleden, hadden we ook de ambitie, en pas op, we blijven natuurlijk ook die droom hebben, om een volledig eigen paritair comité te hebben. Uitsluitend voor de eventsector. Waar we dan allemaal gezellig samen kunnen in zitten.

Maar, net gezegd, de grote problematiek van onze sector, is die complexiteit en die diversiteit. Je hebt een freelancer. Je hebt Tomorrowland. Je hebt de grote venues. Je hebt EasyFairs. Dat is heel divers. Je hebt bakkers en beenhouwers. Die op zondag pistolets verkopen. Maar in de week, ik zeg maar iets, catering zijn voor evenementen. Dus heel divers. Nu wat we ondertussen...

We weten heel veel al. Namelijk dat er niet de ambitie is, binnen de Belgische overheid, om meer paritaire comités bij te gaan creëren. Daar is een consensus over. Het is al zo ingewikkeld. De ambitie is zelfs: verminderen.

 

Er zijn er genoeg.


Dus sinds x aantal tijd zijn we natuurlijk bezig met: oké, in welk paritair comité willen we dan het grootste aantal van onze bedrijven een thuis kunnen laten vinden? En er zijn er natuurlijk verschillende. Ik heb u gezegd, onze leden alleen al, die meer dan 900, zitten verspreid in 39.

Hebben we een analyse laten doen in 2022. Door onze partner D'Lloyd. En daar is wel uit gebleken dat de meest interessante...

Voor niet alle bedrijven. Maar dat vandaag al, de beschrijving van heel het bevoegdheidsgebied, is al het paritair comité 304: vermakelijkheidsbedrijf. Daar zitten vandaag al, vooral de gesubsidieerde, culturele organisaties in. Zowel in Vlaanderen, Brussel, als Wallonië. Maar we zouden dat willen uitbreiden, zodat het nog interessanter wordt voor onze evenementensector. En daarvoor zijn wij echt al...

Wanneer ben ik begonnen? In november. Met alle vakbonden. Met alle werkgeversorganisaties. Die vandaag daar niet in zetelen. En we zijn heel fier dat wij kunnen zeggen dat iemand van onze Raad van Bestuur sinds eerder dit jaar zetelt in het paritair comité 304. Dus we hebben een seat at the table. De droom voor een eigen paritair comité. Dat is vandaag nog even een droom.

Ik denk dat we moeten proberen meer voet aan wal te krijgen in de bestaande paritair comités. En daar waar...

In de 304 hebben we...

Is het al...

Hebben we...

Eigenlijk, van alle organisaties daar, de 43%, is vandaag al lid. Om nog niet te spreken over zij die geen lid zijn, hé. Want niet iedereen is lid, hé.


Ja en als er nog een aantal switchen, dan wordt die machtsverhouding, binnen dat paritair comité, wat meer richting die van de evenementensector.


Ja en dat zijn ook akkoorden met vakbonden en zo, hé. Dan gaan ze zeggen van: ja kijk, uit een 100 en een 200 mogen we er gaan halen. Maar de andere mogen we niet aankomen. En zo van die dingen. Dus dat is ook wel allemaal heel politiek.


Dat kan ik me voorstellen. Maar oké, we hebben eigenlijk het beginpunt, die herkenning. Hoe vinden we die sector? Paritair comité komt...

Binnen een aantal weken komt daar nog een eventplanner.tv aflevering over. Waar we heel specifiek op dat paritair comité zullen inzoomen.


Maar op wetgevend vlak, je hebt al een aantal dingen aangehaald, zijn er ook nog wel wat uitdagingen. Waar we mee om moeten gaan. Ik wil er met jou een aantal overlopen. Ik heb eigenlijk gewoon jullie inhoudstafel afgedrukt. Dat was makkelijk om dit gesprek voor te bereiden. Het begint met veiligheidswetgeving. Ook daar zitten best wel wat verschillen.


Ja, dus, eigenlijk, de absolute prioriteit, die wij als eventsector ambiëren, dat is meer uniformiteit in de wetgeving. Ook al is het een uitdaging omwille van de complexiteit en de diversiteit van de organisaties. Maar uniformiteit inzake veiligheid lijkt ons wel de basis.

Je moet je voorstellen: België is vandaag zo georganiseerd, dat je verschillende politiezones hebt. Verschillende hulpverleningszones. En daar gelden niet altijd dezelfde regels.

 

Is dat dan omdat elke korpschef zijn eigen interpretatie toepast?


Interpretatie, zo subjectief denk ik niet dat het eraan toe gaat. Maar alleszins is het wel zo dat...

Bijvoorbeeld een sportevenement.

Bijvoorbeeld, ik kom uit Bornem. Wij hebben een Dodentocht. Dat gaat door verschillende gemeentes. Door verschillende zones. En wanneer je dan kijkt naar afspraken omtrent drones, omtrent bewakingsagenten en noem maar op, dat is moeilijk omdat je dan met verschillende zones, die eigenlijk...

Allez, ze zijn daar ook aan aan het werken maar vandaag is het nog niet het geval. En dat is dan nog veel te veel regionaal en lokaal zelfs. Veel te veel lokaal versnipperd. Waardoor wij als event organizers, als sector, heel de tijd moeten gaan onderhandelen met die...

En dat kan niet. In een klein land als België zou dat zeker moeten geüniformiseerd worden.


Ja, dat is er één, daar hoor je wel eens iemand over mopperen. In de sector. Crisisbestendigheid.

We hebben de Coronacrisis gehad. We zijn er nu helemaal vanaf. Maar toch is het nog een belangrijk aandachtspunt op jullie agenda. En ik denk dat ik ook begrijp waarom.


Ja, de overheid...

Tijdens een crisisperiode...

En we hebben er de afgelopen jaren verschillende gehad. En onze sector is heel crisisgevoelig. Kan je, bijvoorbeeld, economische werkloosheid inroepen. Dat is een maatregel waar de overheid onder meer onze sector steun in geeft. Nu, bij economische of technische werkloosheid is het de bedoeling dat uw werknemers, op het moment dat ze die vergoeding krijgen van de overheid, niet werken. En dat is een beetje een gemiste kans. Want als zelfstandige, als werkgever zeg maar, moet je die lonen dan niet meer betalen. En worden die mensen thuis gezet. Maar die zaakvoerder, die werkgever, heeft ondertussen wel nog veel werk. De leveranciers moeten betaald worden. Dat is eigenlijk voor die organisatie, voor die werkgevers, vaak dubbel werk. Maar anderzijds is dat ook een gemiste kans omdat, van die rustige periode, en er zijn er niet veel in de evenementensector, zouden we moeten gebruik kunnen maken om eigenlijk stil te staan bij: waar staan we nu? Hoe moet het beter? Hoe zit het met innovaties? Technologie, strategie, lange termijn. En dat hebben ze in Nederland...


Ja, ik wou net zeggen: Nederland is daar slimmer mee omgegaan.


Ja, het loont wel al eens om te gaan gluren bij de buren. En zeker in de evenementensector, weet ik ook uit mijn verleden, zijn ze daar toch, op sommige vlakken, al wat verder dan bij ons. En daar hebben ze een regeling waarbij mensen op economische of technische werkloosheid, kunnen, mogen blijven werken en zich dan bezighouden met die langetermijnprojecten. Want zoals in veel sectoren is ook de eventsector vrij oplossingsgericht, zijn we bezig met the next best thing: het evenement. Waardoor we ons aan concurrentieslag, aan competitie internationaal, ook verliezen. En we zouden die periodes moeten kunnen aanwenden om ons net in de vooruit te zetten. Het is ook op die momenten dat, bijvoorbeeld, een event confederation is opgericht geweest. Om net die langetermijnvisie. Om ons te behoeden voor de volgende crisis.


Ja en ik denk dat we ook niet mogen vergeten dat tijdens die periode, zeker van Corona, heel de sector het wel eens was: waarom hebben we dit niet eerder gedaan?

Het is dan grappig om te zien, we zijn de periode net uit en dan is het ineens van: ja, nu gaan we allemaal terug onze eigen weg. Terwijl het nu het moment is om, natuurlijk, voor te bereiden op die volgende...

Allez, ik hoop dat ze nog heel veraf is. Maar we weten, crisissen komen altijd terug. Dus er gaat een moment zijn dat we het echt nodig gaan hebben, hé.


Ja, dat was ook...

En is en blijft mijn heilige overtuiging, natuurlijk, ook. Maar ik ben toch de afgelopen maanden al enkele personen tegengekomen die daar inderdaad niet van overtuigd zijn. Die zeggen: ja maar ja, de sense of urgency is er toch niet meer. Het gaat nu toch goed. En dat bedoel ik met dat oplossingsgerichte van sommige organisaties of professionals in onze sector nog.

Nu, gelukkig, we zijn dit jaar begonnen met kwartaalbevragingen. Zo hebben we, onder meer, niet alleen de Belgische bevolking, de bezoekers van evenementen bevraagd maar ook de sector. En daar heb ik die vraag letterlijk gesteld. En ik ben wel heel blij vorige week geanalyseerd te hebben dat 98% van onze professionals toch heel hard gelooft in het verder verenigen van onze sector. En het zelfs nog sterker...

En de 2.0-versie ingaan, hé. Ook zij die vandaag nog niet mee in de familie zitten, zeg maar, om die ook de mogelijkheid te geven om zich bij ons aan te sluiten.


Oké, top. We hebben veiligheid, crisisbestendigheid. En, ja, wat er eigenlijk naadloos ook bij aansluit is alles wat met vergunningen te maken heeft. Dat is ook een doolhof, hé.


Ja en dat is ook weer zo'n typische grijze zone. Waarbij men vergeet dat de evenementensector bestaat, soms. We hebben natuurlijk ook, niet op federaal maar ook niet op regionaal niveau, iemand die voor de evenementensector rijdt. We hebben geen leidend kabinet. Geen leidende administratie. Geen minister van evenementen. Dus zijn wij vaak de dupe van: ah ja, dat is juist, dat heeft ook impact op de evenementensector.

En bij vergunningen is dat ook zo. Zeker bij proefprojecten of bij tijdelijke installaties rond energie moet je als evenementorganisator vergunningen aanvragen. En die vergunningen, die zijn niet anders dan voor permanente installaties. Maar ja, evenementen zijn per definitie tijdelijke organisaties.

Dus als je, bijvoorbeeld, ik zeg maar iets, een biovergasser, daarvoor een vergunning wilt aanvragen, dan duurt dat ook tot 165 dagen. Dus, ik zeg maar iets, als je, bijvoorbeeld, in oktober een vergunning aanvraagt, het duurt 30 dagen, eer je bevestiging krijgt of uw dossier ontvankelijk werd verklaard, dan krijg je in het allerbeste geval in april vergunning, toestemming, waardoor je pas in mei kan beginnen in onderhandeling gaan met partners.


En dat is best case. Want het zou ook maar eens kunnen dat je even terug naar start moet omdat je ergens een foutje in de aanvraag hebt gemaakt.


En alle politici met wie ik sprak zeiden ook van: ja, dat klopt, dat kan niet, daar hebben ze niet aan gedacht. Dus het is dan onze job om te zeggen dat wij top of mind moeten worden.

 

Maar ik denk dat dat wel een beetje het thema is, hé. Gewoon niet aan gedacht. Ik denk niet dat het moedwil is. Maar dat het eerder is van er gewoon niet bij stilstaan.


Ja, dus mijn taak om...


Jij gaat ervoor zorgen dat we...


Overal aanwezig te zijn waar men aan ons moet denken.


Ja, een ander topic, en we zullen er nog een paar doen, want ik vind het best wel boeiend. Vrijwilligers. Dat is ook zo'n heet hangijzer.


Ja, dat hangt heel lang samen met dat veiligheidsdossier. Veiligheid is belangrijk op evenementen, uiteraard. Dat is één van de speerpunten ook van Event Confederation, waar we de komende jaren sterker op gaan inzetten. En ook naar wetgeving toe. Vandaag heb je twee soorten statuten, die er zijn.

De professionele event professionals, beveiligers en de vrijwilligers. Nu, bijvoorbeeld, in onze festivalsector blijkt dat 90% van de festival organizers, niet alleen vzw's zijn maar die draaien ook op vrijwilligers. Bijvoorbeeld, denk maar aan de Lokerse Feesten, dat is voor en door de vrijwilligers opgericht.

Nu, vrijwilligers, die mogen onthaal doen. Die mogen bandjes aandoen. Toegangsticketten. Maar, bijvoorbeeld, die mogen geen ticketcontrole doen. Die mogen geen toegang doen. Geen security. Maar, bijvoorbeeld, dank maar eens aan een congres. Een B2B-congres. Daar word je onthaald en uw ticket gegeven, een ticketcontrole, door hostessen. Dat mag, in principe, niet. Dus wij pleiten voor een soort van tussenstatuut: de event stewards. Dat is een statuut dat vandaag eigenlijk wel al gangbaar is in het wielrennen, de koers. En in de voetbal. Maar eigenlijk nog niet bestaat. En het probleem is ook: die groeien ook niet aan de bomen. Daar is een beperkt aantal. En de evenementenaantallen zijn te groot, om een beroep te kunnen doen op alleen maar die professionals. Bovendien is dat ook duur.

Dus wat gebeurt er vandaag? Dat er heel wat zaken door vrijwilligers worden gedaan, die eigenlijk niet mogen. Dus wij zouden graag een tussenstatuut event stewards...


Maar dan kom je natuurlijk in de problemen als er eens iets gebeurt.


Ja maar ja, je zou die dan ook wel een opleiding moeten geven. En dat zou een officieel statuut moeten zijn.


Ja maar ik bedoel dat het nu een probleem kan zijn. Omdat we in die grijze zone zitten.


Ja en dat is een beetje de rode draad door het hele memorandum. Dat is die grijze zone. Door ook die lasagne aan wetgevingen. Waar, zoals ik al heb gezegd, een kat haar jongen niet meer vindt.

 

Van de wetgeving...

Ik ga er nog eentje uitpikken want we kunnen ze niet allemaal doen. Openbreken van monopolie bij de lokale overheden.


Ja, daar ben ik ook heel hard voor aan het rijden.

Vandaag is het zo, in Vlaanderen maar ook, tout court, in heel België: wij hebben meer dan 500 steden en gemeenten. En dat zijn eigenlijk heel belangrijke spelers van de evenementensector. Dat zijn eigenlijk niet alleen organisatoren van evenementen maar dat zijn ook toeleveranciers van evenementen.


Heb je het dan over de verhuurdiensten, bijvoorbeeld?


Alle twee, eigenlijk.

Enerzijds: ben jij een Chiro of lokale vereniging en wil jij een feest organiseren, kan jij vaak bij de stad of de gemeente, vaak gratis ook, stoelen, tenten, whatever, zelfs herbruikbare bekers gaan huren en dergelijke meer. En dat is een beetje marktverstorend, natuurlijk.


Ja, langs de ene kant, voor die Chiro, fantastisch. Maar voor de sector: moeilijk.


Moeilijk, ja.

En daarnaast ook de organisatoren, hé. Dus de steden en gemeenten, die...

Want ik heb de voorbije tien jaar heel nauw samengewerkt met steden en gemeenten op het vlak van evenementen. Hun taak is het coördineren van het evenementenaanbod en het beleid in de gemeente. Wat voor stad willen we zijn? Wat voor type evenementen? Maar door het feit dat die altijd best wel wat aantallen evenementen moeten organiseren in hun stad of gemeente, hebben zij eigenlijk steeds minder tijd om met dat beleid, met dat coördineren, met die langetermijnvisie bezig te zijn. Dus ook daar zijn ze vragende partij, van: kijk, voor ons hoeft dat niet. Om elk familiefeest of elk bal van de burgemeester zelf te moeten organiseren. Maar tegelijkertijd is dat nog wel een beetje van oudsher zo gegroeid. Historisch zo gegroeid. Maar vooral, naar die verhuurdienst is dat heel concreet. De vraag is: in hoeverre mogen publieke organisaties, zoals steden en gemeenten, marktverstorend zijn. Want ik weer pertinent zeker dat ze het niet willen zijn. En dus, dat is nog een onevenwicht. Waar we ook de federale en regionale overheden duidelijkheid vragen. Omtrent die regels.

 

Ja.

We hebben nu een heel stuk wetgeving gehad. Maar je geeft het ook aan: alle verschillende overheden. Ook daar zitten dan nog eens accentverschillen van de regio's in. Waar jullie vinden van: oké, in Vlaanderen moeten we meer dit, in Wallonië moeten we meer dat. Kan je daar nog kort iets over vertellen?


Ja.

Evenementen is geen federale bevoegdheid. Dat zit zo, net zoals sport en toerisme en cultuur en lokale economie...

Dat is eigenlijk regionaal. Dus het leuke is dat je dat dan in drie gewesten mag...

Je mag dat in Vlaanderen, Wallonië en dan mag ik dat nog eens in Brussel doen. Op zich goed voor mijn Frans. Maar bovendien zijn de regelgevingen ook niet overal hetzelfde. En dat maakt natuurlijk de job, laten we zeggen, nog uitdagender. Bovendien zitten knelpunten ook anders. Want we moeten daar wel heel eerlijk ook in zijn. Het grootste aantal spelers, zowel op het vlak van organisatoren, als op het vlak van toeleveranciers, zit vandaag nog beduidend in Vlaanderen. Er is ook veel te doen in Wallonië, uiteraard. Maar is nog veel potentieel, vooral in Wallonië, om te groeien.

Nu weten we ook uit cijfers, mijn recente cijfers van eerder dit jaar, dat 67% van de inwoners in Brussel, hebben vorig jaar, in 2023, minstens één of meerdere evenementen bezocht. In Wallonië zijn dat er, bijvoorbeeld, maar 45. Maar de grote uitdaging in Vlaanderen zit in de vraag die we hebben naar een leidende administratie. Die we hebben naar een leidende studiedienst. Die we ook willen in Brussel en Wallonië.

De problematiek in Brussel vandaag zit vooral in infrastructuur. Wij zijn de hoofdstad van Europa. En wij zitten met een verouderde infrastructuur. Wij hebben als uithangbord...

Want uiteindelijk: evenementen is een heel belangrijk product. De Belgische chocolade. Onze frieten, onze mosselen. Wij weten ook uit ons onderzoek: drie op vier Belgen is trots op het feit dat België een evenementenland is. Op ons exportproduct soms ook, hé.


Kijk naar Tomorrowland.


Absoluut, ja. Maar in Brussel is het dus infrastructuur. Het gebrek aan congrescapaciteit. Het gebrek aan plaatsen om evenementen te organiseren.

Vandaag is de focus van Brussel nog steeds teveel op toerisme en hotels.


Maar is dat echt een beleidskwestie? Of is dat een gebrek aan interesse vanuit de privésector? Om, bijvoorbeeld, venues te gaan bouwen.


Nee, dat niet. Het heeft ook te maken met plaats: waar dan? Er moet een meer state of the art investering gebeuren in state of the art van de huidige venues, locaties. Er moet geïnvesteerd worden in, bijvoorbeeld, de restaurants en winkels en hotels rondom Brussels Expo. Rondom het Jubelpark, Atomium en zo. Het moet aantrekkelijker worden. Ook inzake mobiliteit. Dat zijn zo de typische, hoofdstedelijke problematieken waar je mee zit, natuurlijk. Maar als hoofdstad van Europa is dat wel een focuspunt.

 

En krijgen we het daar op de agenda?


Ja, absoluut. Maar dat is ook daar weer iets van: je moet het honderd keer zeggen. En we moeten daar blijven op duwen. Maar gelukkig hebben wij ook sectorfederaties, zoals Brussels Special Venues in Brussel. Die specifiek daarop aan het werken zijn ook.

Want kijk, bijvoorbeeld, naar de Grote Markt. De meeste evenementen in Brussel worden op of rond de Grote Markt georganiseerd. Terwijl wij ook pleiten van: ja maar, Brussel is veel groter dan alleen maar Manneken Pis.


Er is nog iets anders dan de Grote Markt, ja.


En de focus ligt daar teveel op die commerciële...

Ook goed, hé. Maar: alleen maar op commerciële evenementen. Wat met de publieksevenementen? Als je weet dat van alle Belgen, de mensen die wonen in Brussel, het meest naar evenementen gaan. Ja, waar doen die dat dan?


Ja.

Maar ik denk dat het duidelijk is, na dit gesprek, dat er nood was aan zo'n memorandum. Een centrale stem die dit gaat trekken.

Christine, ik wens je heel veel succes in het leiden van onze sector. Ik denk dat de richting juist zit, dus heel veel succes daarmee.

En dank voor je komst naar de studio.


Dank u wel.


En u, beste kijker, bedankt voor het kijken en alweer tot volgende week.

Advertenties