De meeste leiders praten over communicatie.
Weinigen hebben door dat ze communiceren lang voordat ze iets zeggen.
Jouw lichaam praat.
Jouw spanning praat.
Jouw microbewegingen vertellen verhalen die je woorden proberen te verbergen.
En dat is precies waar het begint te schuren.
Niet omdat je iets verkeerd doet.
Maar omdat je systeem al beslist heeft wie je bent, nog voor je je zin hebt afgewerkt.
Mensen horen je woorden.
Maar ze reageren op je zenuwstelsel.
Op de spanning achter je glimlach.
Op de twijfel in je ademhaling.
Op het pantser dat je zo goed probeert te verbergen.
Dat pantser is efficiënt.
Tot het dat niet meer is.
En daar kom ik binnen.
Niet met modellen of tips.
Niet met inspirerende quotes.
Maar met de spiegel waar de meeste leiders liever voor wegkijken.
De plek waar je façade eindigt en je waarheid begint.
De plek waar je presence spreekt en force eindelijk zwijgt.
Als dat je ongemakkelijk maakt, is dat meestal een goed teken.
Als het je nieuwsgierig maakt, nog beter.
Want daar begint leiderschap dat echt voelbaar is.
Niet aangeleerd.
Niet gespeeld.
Maar belichaamd.
